Wie worden, kon een diagnose gesteld worden

Wie lijdt er aan
diabetes mellitus?

 

Diabetes mellitus (DM) is één van de grootste problemen
binnen de volksgezondheid. Ongeveer 801000 mensen in Nederland weten dat ze
diabetes hebben. Naar schatting zijn er nog minstens 200000 anderen met
diabetes waarbij de diagnose nog niet is gesteld. In totaal zijn er Nederland
dus ongeveer 1 miljoen mensen die lijden aan diabetes. Daarmee is het de meest
voorkomende aandoening in Nederland.

Best services for writing your paper according to Trustpilot

Premium Partner
From $18.00 per page
4,8 / 5
4,80
Writers Experience
4,80
Delivery
4,90
Support
4,70
Price
Recommended Service
From $13.90 per page
4,6 / 5
4,70
Writers Experience
4,70
Delivery
4,60
Support
4,60
Price
From $20.00 per page
4,5 / 5
4,80
Writers Experience
4,50
Delivery
4,40
Support
4,10
Price
* All Partners were chosen among 50+ writing services by our Customer Satisfaction Team

 

Het Nederlandse ministerie van Volksgezondheid heeft in 2005
van diabetes een speerpunt gemaakt, met als doel de diabeteszorg in Nederland
te verbeteren. Diabetesorganisaties en het ministerie van Volksgezondheid zijn namelijk
van mening dat zeker twee derde van de diabetespatiënten onvoldoende zorg
krijgt.

 

Wat is diabetes
mellitus?

 

DM is een metabole aandoening die ervoor zorgt dat glucose
zich ophoopt in het bloed, in plaats van als brandstof te worden verbruikt in
de lichaamscellen.  Er onderscheiden zich
twee hoofdvormen: type 1 en type 2. Terwijl type 1 vooral aangeboren lijkt voor
te komen, is type 2 een aandoening die zich gedurende het hele leven kan
ontwikkelen.

 

De naam diabetes mellitus komt uit het Grieks en Latijn. Diabètès is grieks voor het woord
doorstroom en het latijnse woord mellitus
wordt vertaald naar honingzoet. Letterlijk vertaald betekent de naam dus “zoete
doorstroom”, vernoemd naar de zoete smaak van de urine van patiënten. Voordat
urine chemisch geanalyseerd kon worden, kon een diagnose gesteld worden nadat
een arts de urine geproefd had. Een andere manier was door de urine in een
schaaltje buiten te zetten en te kijken of er andere insecten op afkwamen.

 

 

De twee vormen

 

Er bestaan twee hoofdvormen van diabetes: type 1 en type 2.
Terwijl type 1 vooral aangeboren lijkt voor te komen, is type 2 een aandoening
die zich gedurende het hele leven kan ontwikkelen. Uit onderzoek is gebleken
dat diabetes type 2 in bijna 90 procent van de gevallen te voorkomen was door
gezond te eten en voldoende te bewegen.

 

Voedsel dat koolhydraten en/of verschillende suikers bevat,
wordt tijdens de vertering omgezet tot glucose. Glucose is een belangrijke
brandstof voor veel organen van ons lichaam. Echter, om als brandstof gebruikt
te worden, moet het glucosemolecuul eerst de desbetreffende lichaamscel binnendringen.
De alvleesklier, of de pancreas, produceert een hormoon genaamd insuline.
Insuline is essentieel voor het transport van glucose in de lichaamscellen. Als
de concentratie glucose in het bloed stijgt, wordt insuline in het bloed
afgegeven. Insuline kan binden aan de insulinereceptoren in het celmembraan van
een lichaamscel. Nadat er een insuline-receptorcomplex is ontstaan, kan er een
glucosemolecuul de cel in getransporteerd worden.

 

Bij patiënten met diabetes type 1 is het niet mogelijk glucosemoleculen
lichaamscellen in te transporteren, omdat er geen of onvoldoende insuline
aangemaakt wordt. Dit zorgt voor een hoge concentratie glucose in het bloed,
dit wordt ook wel een verhoogde bloedsuikerspiegel genoemd. Bij type 2 diabetes
maakt het lichaam voldoende insuline aan, maar zijn de lichaamscellen er
resistent tegen geworden. Het signaal om een glucosemolecuul op te nemen wordt
genegeerd door de lichaamscellen. Dit wordt insuline-resistentie genoemd. Tijdens
ons onderzoek hebben we ons verdiept in diabetes mellitus type 2.

 

Alvleesklier en
eilandjes van langerhans

 

De alvleesklier,
ook wel de pancreas genoemd, is een gemengde klier. Klieren zijn organen met
als functie het produceren en transporteren van bepaalde stoffen. De
alvleesklier geeft enzymen voor de spijsvertering en hormonen voor de regeling
van de bloedsuikerspiegel af. Hij ligt gedeeltelijk achter de maag en is
verbonden met de twaalfvingerige darm.

 

De alvleesklier heeft een endocriene en een exocriene
werking. Endocriene cellen geven hun producten direct af aan de bloedbaan. Dit in
tegenstelling tot exocriene cellen die hun producten aan een bepaalde holte
afgeven via een buisje.

 

De alvleesklier
produceert alvleessap met enzymen voor de spijsvertering. Dit alvleessap gaat
via een buisje naar de twaalfvingerige darm. Deze werking van de alvleesklier
is exocrien.

 

De endocriene werking van de alvleesklier
komt van de eilandjes van Langerhans, dit zijn groepjes cellen. Deze geven twee
soorten hormonen af aan het bloed: insuline en glucagon. Insuline werkt
verlagend op de bloedsuikerspiegel. Het hormoon zorgt ervoor dat er in de lever
en de skeletspieren glucose wordt omgezet in glycogeen, een opslagstof. Verder stimuleert
het de opname van glucose in de lichaamscellen. Glucagon werkt antagonistisch
aan insuline. Het zorgt ervoor dat glycogeen weer wordt omgezet naar glucose.
Glucagon werkt dus verhogend op de bloedsuikerspiegel. De eilandjes van
Langerhans produceren de twee hormonen op geleide van de glucoseconcentratie van
het bloed, die door sensoren in de eilandjes zelf geregistreerd wordt. Er is
sprake van een negatieve terugkoppeling.

 

 

 

 

Insuline

 

Insuline zorgt voor een verlaging van de bloedsuikerspiegel.
Het wordt in de bètacellen van de eilandjes van Langerhans geproduceerd onder
invloed van een te hoge bloedsuikerspiegel. De eerste fase van
insuline-secretie begint met een hoge hoeveelheid glucose die in de beta-cellen
wordt opgenomen en gedissimileerd. Door dissimilatie wordt ATP geproduceerd.
Hierna is de verhouding ATP/ADP veranderd, waardoor de K+ ionenkanalen zich
sluiten. Dit zorgt voor een verschil tussen de lading binnen en buiten de cel,
wat resulteert in een depolarisatie van het celmembraan en het openen van de
Ca++ kanalen. De instroom van Ca++ zorgt ervoor dat de blaasjes met insuline
kunnen fuseren met de celmembraan en insuline de bloedbaan ingaat.

 

Grote hoeveelheden insuline worden in de bloedbaan gebracht
binnen 1 minuut na het registreren van een verhoogde bloedsuikerspiegel. Er is
een piek na 2 tot 3 minuten en deze eerste fase duurt ongeveer 10 minuten.
Hierna begint de tweede fase van de secretie. Tijdens de tweede fase worden er
minder grote hoeveelheden insuline afgegeven dan voorheen. Dit gebeurt totdat
de balans in de bloedsuikerspiegel hersteld is. In de eerste fase van de
secretie van insuline wordt er insuline afgegeven dat opgeslagen zat in de
beta-cellen, terwijl er in de tweede fase zowel insuline wordt afgegeven dat opgeslagen
is, als insuline die nieuw is aangemaakt.

 

Insuline-resistentie

 

Mensen met insuline-resistentie hebben een tolerantie
gekregen tegen insuline, waardoor het hormoon minder effectief werkt. Het
gevolg is dat er meer insuline nodig is om lichaamscellen glucose op te laten
nemen. De alvleesklier zal grotere hoeveelheden van het hormoon aanmaken en
afgeven om de cellen dezelfde hoeveelheid glucose op te laten nemen en de
bloedsuikerspiegel onder controle te houden. Dit houdt in dat insuline
resistentie in de eerste stadia van de ontwikkeling nog geen merkbare symptomen
zal hebben. Het vermogen van de alvleesklier om insulineproductie te verhogen
zal ervoor zorgen dat de bloedsuikerspiegel onder controle wordt gehouden.

 

Na verloop van tijd zal de insuline-resistentie echter
steeds erger worden. De lichaamscellen hebben steeds meer insuline nodig om
dezelfde hoeveelheid glucose op te kunnen nemen. De beta-cellen in de
alvleesklier zullen na verloop van tijd vermoeid raken en uiteindelijk kunnen
ze niet genoeg insuline produceren om de insuline-resistentie bij te houden.
Dit zal resulteren in diabetes type 2.

 

Wetenschappers zijn nog steeds bezig beter te proberen te
begrijpen hoe insuline-resistentie zich ontwikkelt. Zo zijn er bepaalde genen
gevonden die iemand een grotere of kleinere kans op het ontwikkelen van de
aandoening geven. Ook is het bekend dat oudere mensen een grotere kans hebben
op insuline resistentie. Je leefstijl speelt ook een rol: een sedentair leven,
overgewicht of obesitas vergroot het risico. Waarom dit het geval is, is nog
niet duidelijk. Sommige onderzoekers beweren dat veel vetweefsel zorgt voor
onstekingen, fysiologische stress of andere veranderingen die bij kunnen dragen
aan insuline resistentie. Er kan zelfs een soort onbekend hormoon zijn dat
aangemaakt wordt door vetweefsel en het lichaam insuline resistent maakt.

 

Terwijl het niet mogelijk is om insuline resistentie
volledig te overwinnen, zijn er wel manieren om de lichaamscellen vatbaarder te
maken voor insuline. Actief bewegen is waarschijnlijk de beste manier.
Lichaamsbeweging kan insuline resistentie dramatisch terugdringen op zowel de
korte als de lange termijn. Naast het terugdringen van de insuline resistentie
en het ontwikkelen van spieren die bloedglucose kunnen absorberen zorgt lichamelijke
beweging voor een alternatieve manier voor glucose om de spiercellen binnen te
dringen zonder insuline te gebruiken als middel. Dit vermindert de insuline
afhankelijkheid van de lichaamscellen. Dit mechanisme vermindert niet zelf de
insuline resistentie, maar het kan mensen met insuline resistentie helpen hun
bloedsuikerspiegel onder controle te houden.

 

Gewichtsverlies kan ook de insuline resistentie verminderen.
Er is niet een bepaald dieet dat het meest effectief is verklaard. Er is echter
wel bewijs voor de theorie dat voedsel met een laag vetgehalte en een hoge
hoeveelheid koolhydraten insuline resistentie kan verergeren. Onderzoek heeft
ook aangetoond dat mensen die gewichtsverlies behandelingen ondergaan een stuk
gevoeliger voor insuline kunnen worden.

 

Er zijn geen medicijnen die specifiek toegestaan zijn om
insuline-resistentie te bestrijden. Echter, diabetes medicatie zoals metformin
en thiazolidinediones zijn insuline sensitizers die de bloedsuikerspiegel, al
is het maar voor een klein deel, verlagen, door insuline resistentie te
verminderen.

 

 

De symptomen

 

Diabetes is een ziekte die niet te zien is. Mensen hebben
vaak jarenlang niet door dat ze diabetes hebben. Veel symptomen lijken op klachten
waar iedereen wel eens last van heeft.

 

De symptomen zijn:

–      
Vaak dorst en veel plassen;

–      
Vermoeidheid;

–      
Last van de ogen (rode en branderige ogen, wazig
zien, dubbel zien of slecht zien);

–      
Slecht genezende wondjes;

–      
Kortademigheid;

–      
Infecties die vaak terugkomen.

 

Doordat er bij diabetes sprake is van een te hoge
bloedsuikerspiegel, wordt de wand van de bloedvaten aangetast. Dit leidt tot
slecht genezende wondjes.

 

 

x

Hi!
I'm Isaac!

Would you like to get a custom essay? How about receiving a customized one?

Check it out